Het Boek van Steen

HET BOEK VAN STEEN

In de winter van 2015-2016 ontdekten archeologen in de oostelijke pandgang van het voormalige predikherenklooster in Mechelen ruim vijftig grafstenen, de oudste uit 1673, de jongste uit 1775. De stenen kan je gaan bekijken in Het Predikheren - Bibliotheek Mechelen. Samen vormen ze als het ware de bladzijden van een stenen boek dat het verhaal vertelt van het klooster en zijn bewoners. In de loop van 2021 wordt op de Facebookpagina Het Boek van Steen aan elk van hen een kort memento gewijd, telkens op hun sterfdag, volgens de aloude traditie van het necrologium of dodenboek. En aan het eind van elke maand brengen we de verschenen memento's samen op deze webpagina.


Tekst en opzoekwerk: Bart Robberechts / ARCHEOproof

Foto: Departement MOW, afdeling ATO


Het opgravingsverslag kan je hier terugvinden.

JANUARI

Dominicus

VAN DEN BERGHE

1 JANUARI

Dominicus was 57 toen hij in 1768 overleed en had 24 jaar eerder zijn kloostergeloften afgelegd als lekenbroeder. Bij lekenbroeders werd het grafschrift in de regel in de volkstaal (Nederlands of Frans) opgesteld, in tegenstelling tot het Latijn dat je op de grafstenen van de paters vindt. Anders dan de paters hadden de lekenbroeders geen priesterwijding ontvangen en verrichtten ze in het klooster vooral handenarbeid. Vaak traden ze pas op latere leeftijd in het klooster. BIDT VOOR DE ZIELE


Foto’s: Studiebureau Archeologie bvba en Stadsarchief Mechelen (Tekening van een lekenbroeder van de dominicanen of predikheren uit ‘Malines. Costumes Religieux’ van Jean François Mardulyn (1751-1843))

grafsteen 26
JF Mardulyn lekenbroeder 1

Caesar

VAN HOUTEN

2 JANUARI

Toen hij in 1740 overleed was pater VAN HOUTEN al meer dan 50 jaar actief als predikheer, zowel in hun klooster in Mechelen als in 's-Hertogenbosch waar ze de schuilkerk van Sint-Jacob bedienden. In 1707 trok hij naar Den Bosch om er te bemiddelen bij de opvolging van Joannes VAN BILSEN als rector van die kerk. Hij was er zelf ook korte tijd priester in de schuilkerk van Sint-Cathrien. Hoewel de predikheren er in 1629 uit hun klooster waren verjaagd en zich 20 jaar later definitief in Mechelen hadden gevestigd, bleven ze zich trouw inzetten voor het zielenheil van de katholieke Bosschenaren.


Foto's: Studiebureau Archeologie bvba en Bossche Encyclopedie (H. Dominicus ontvangt de rozenkrans uit handen van Maria, altaarstuk uit de voormalige schuilkerk van Sint-Cathrien door Theodoor van Thulden (1606-1669))

grafsteen 08
T van Thulden Bossche Encyclopedie

Gaspar

GAST(on)

3 JANUARI

Over de juiste schrijfwijze van pater GASTs naam bestaat wat onduidelijkheid. Volgens sommige auteurs is ‘Gast’ een afkorting van ‘Gaston’. Het gebeurde vaker dat een woord of een persoonsnaam moest worden afgekort om te passen op de grafsteen. Maar in dit geval is er duidelijk geen sprake van plaatsgebrek. Bovendien bestaat er wel degelijk een familie Gast. In de Sint-Janskerk in 's-Hertogenbosch ligt er zelfs een grafsteen van ene Jasper Gast, naamgenoot en vermoedelijk (verre) verwant van deze pater die in 1687 overleed.


Foto's: Studiebureau Archeologie bvba en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (grafsteen van Jasper Gast in de Sint-Janskerk in Den Bosch)

grafsteen 13
J Gast Den Bosch RCE

6 JANUARI

Guilliam was lekenbroeder toen hij in 1708 in het predikherenklooster overleed. Eerder (zie 1 januari) hadden we het erover dat lekenbroeders vooral handenarbeid verrichtten: koken, brouwen, tuinieren, klusjes allerhande, ... Guilliams grafsteen bevat enkele aanwijzingen met betrekking tot zijn specifieke taak in het klooster, in de vorm van voorwerpen die links en rechts van het grafschrift zijn afgebeeld. In deze rechts kunnen we met wat goede wil een of ander gereedschap herkennen. Maar heeft iemand een idee wat het voorwerp links zou kunnen zijn?


Foto: Studiebureau Archeologie bvba

Guilliam

PAUWELS

Cornelius

DE VISSCHER

7 JANUARI

Sommige grafschriften lezen als een echt curriculum vitae, zoals dat van de in 1720 ingeklede en in 1727 tot priester gewijde pater DE VISSCHER. Volgens het grafschrift was hij toen hij in 1744 overleed directeur van het naast het klooster gelegen Sint-Jozefshuis en al vele jaren een toegewijd lid van de congregatie. Eerder was hij ook koster van de kloosterkerk geweest, dit wil zeggen belast met de organisatie van de eredienst, en prefect van de Broederschap van de Heilige Rozenkrans.


Foto's: Studiebureau Archeologie bvba en Stadsarchief Mechelen (Binnenzicht van de (tweede) kerk van het Mechelse dominicanen- of predikherenklooster door Jan-Baptist De Noter (1786-1855))

grafsteen 04
JB De Noter Predikherenkerk Mechelen

Ludovicus Bertrandus

SMEYERS

9 JANUARI

Iedereen kent wel het beeld van de rondbuikige, immer dorstige kloosterling. Dat je die ook bij de predikheren had, zou kunnen blijken uit het verhaal van pater SMEYERS die in 1699 overleed. Het grafschrift – bij deze pater uitzonderlijk in het Nederlands – vermeldt immers dat hij leed aan ‘steen en gicht’. Zowel nier- of blaasstenen als jicht worden in verband gebracht met een overmatige consumptie van alcoholische dranken en bepaalde voedingswaren. Beide aandoeningen kunnen bijzonder pijnlijk zijn, hier zelfs in die mate dat de dood gezien werd als een bevrijding.


Foto's: Studiebureau Archeologie bvba en Dorotheum (Ein guter Schluck door Ernst Nowak (1851-1919), gekend om zijn schilderijen van rondbuikige kloosterlingen)

grafsteen 10
Ernst Nowak Ein guter Schluck

Joannes

LAUKENS

12 JANUARI

Van pater SMEYERS (zie 9 januari) naar lekenbroeder Joannes is slechts een kleine stap. Die laatste overleed in 1763 op 77-jarige leeftijd nadat hij 52 jaar eerder zijn kloostergeloften had afgelegd. Zijn grafsteen laat geen twijfel over zijn rol binnen de kloostergemeenschap. Onder het grafschrift zijn immers de attributen van een brouwer afgebeeld: gaffels en roerstokken om in de maïsch te roeren en stuikmanden om wort van draf te scheiden. Het brouwlokaal of braxatorium bevond zich langs de westelijke kloostermuur (klik op afbeelding).


Foto's: Studiebureau Archeologie bvba en Stadsarchief Mechelen (Zicht op het Mechelse dominicanen- of predikherenklooster anno 1716, gravure door Jacob Harrewijn (1660-1727))

grafsteen 27
J Harrewijn braxatorium

Georgius

VANDEN EYNDEN

17 JANUARI

Wanneer de predikheren samen kwamen om te bidden en de eucharistie te vieren, dan ging dat vaak gepaard met gregoriaanse gezangen, waarbij de cantor of voorzanger bijvoorbeeld een vers zong en de medebroeders dan in koor antwoordden. In sommige gevallen werd het antwoord gezongen door een succentor of ‘degene die als tweede zingt’, zoals pater VANDEN EYNDEN die in 1727 stierf. Met OPChant delen Stefan Ansinger O.P. en Alexandre Frezzato O.P. de rijke traditie van dominicaanse gregoriaanse gezangen vandaag met de ganse wereld, zoals dit prachtige In Medio Ecclesiae.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bvba en OPChant

grafsteen 19
OPChant In Medio Ecclesiae

Gabriel

DE HASE

21 JANUARI

De grafsteen van lekenbroeder Gabriel is zeer sterk verweerd. De contouren van het witmarmeren inlegwerk doen echter een bijzonder rijke versiering vermoeden, met links bovenaan mogelijk een gevleugelde putto of cherubijn. Door de verwering van het zachtere marmer is ook het grafschrift nauwelijks leesbaar, maar dankzij het bewaarde obituarium of getijdenboek en het onderzoek van Piet De Pue O.P. (1911-1987) weten we dat de uit Brussel afkomstige Gabriel in 1728 het habijt ontving, in 1730 zijn geloften aflegde en in 1755 overleed.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bvba en © KIK-IPRA, Brussel / www.kikirpa.be (Putto of cherubijn op het grafmonument van Thomas d'Hénin-Liétard d’Alsace (1679-1759), vanaf 1716 aartsbisschop van Mechelen, in de Sint-Romboutskathedraal)

grafsteen 24
KIK b039585_detail

Petrus

VAN DE(n) HEUVEL

24 JANUARI

Hier rusten, in afwachting van de wederopstanding, de droge botten van pater VAN DE(n) HEUVEL. Dat en zijn sterfdatum in 1729, veel meer geeft deze grafsteen niet prijs. ’s Mans leven was dan ook kort. Slechts acht jaar eerder had hij het habijt ontvangen en in 1725 was hij tot priester gewijd. In de jaren voor zijn dood was hij actief als predikheer en biechtvader in het aan het klooster toegewezen termijngebied in de Meierij van 's-Hertogenbosch waar hij met Kerstmis en Pasen dorpen als Heeswijk, Dinther, Diessen, Oisterwijk en de streek rond Geffen bezocht.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bvba en Rijksmuseum (Kaart van de Meierij van ’s-Hertogenbosch uit de periode ca. 1690-1735, anoniem, met aanduiding van de genoemde dorpen)

grafsteen 32
meierij_terminarius