Het Boek van Steen

HET BOEK VAN STEEN

In de winter van 2015-2016 ontdekten archeologen in de oostelijke pandgang van het voormalige predikherenklooster in Mechelen ruim vijftig grafstenen, de oudste uit 1673, de jongste uit 1775. De stenen kan je gaan bekijken in Het Predikheren - Bibliotheek Mechelen. Samen vormen ze als het ware de bladzijden van een stenen boek dat het verhaal vertelt van het klooster en zijn bewoners. In de loop van 2021 wordt op de Facebookpagina Het Boek van Steen aan elk van hen een kort memento gewijd, telkens op hun sterfdag, volgens de aloude traditie van het necrologium of dodenboek. En aan het eind van elke maand brengen we de verschenen memento's samen op deze webpagina.


Tekst en opzoekwerk: Bart Robberechts / ARCHEOproof

Foto: Departement MOW, afdeling ATO


Het opgravingsverslag kan je hier terugvinden.

JANUARI

Dominicus

VAN DEN BERGHE

1 JANUARI

Dominicus was 57 toen hij in 1768 overleed en had 24 jaar eerder zijn kloostergeloften afgelegd als lekenbroeder. Bij lekenbroeders werd het grafschrift in de regel in de volkstaal (Nederlands of Frans) opgesteld, in tegenstelling tot het Latijn dat je op de grafstenen van de paters vindt. Anders dan de paters hadden de lekenbroeders geen priesterwijding ontvangen en verrichtten ze in het klooster vooral handenarbeid. Vaak traden ze pas op latere leeftijd in het klooster. BIDT VOOR DE ZIELE


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en Stadsarchief Mechelen (Tekening van een lekenbroeder van de dominicanen of predikheren uit ‘Malines. Costumes Religieux’ van Jean François Mardulyn (1751-1843))

grafsteen 26
JF Mardulyn lekenbroeder 1

Caesar

VAN HOUTEN

2 JANUARI

Toen hij in 1740 overleed was pater VAN HOUTEN al meer dan 50 jaar actief als predikheer, zowel in hun klooster in Mechelen als in 's-Hertogenbosch waar ze de schuilkerk van Sint-Jacob bedienden. In 1707 trok hij naar Den Bosch om er te bemiddelen bij de opvolging van Joannes VAN BILSEN als rector van die kerk. Hij was er zelf ook korte tijd priester in de schuilkerk van Sint-Cathrien. Hoewel de predikheren er in 1629 uit hun klooster waren verjaagd en zich 20 jaar later definitief in Mechelen hadden gevestigd, bleven ze zich trouw inzetten voor het zielenheil van de katholieke Bosschenaren.


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en Bossche Encyclopedie (H. Dominicus ontvangt de rozenkrans uit handen van Maria, altaarstuk uit de voormalige schuilkerk van Sint-Cathrien door Theodoor van Thulden (1606-1669))

grafsteen 08
T van Thulden Bossche Encyclopedie

Gaspar

GAST(on)

3 JANUARI

Over de juiste schrijfwijze van pater GASTs naam bestaat wat onduidelijkheid. Volgens sommige auteurs is ‘Gast’ een afkorting van ‘Gaston’. Het gebeurde vaker dat een woord of een persoonsnaam moest worden afgekort om te passen op de grafsteen. Maar in dit geval is er duidelijk geen sprake van plaatsgebrek. Bovendien bestaat er wel degelijk een familie Gast. In de Sint-Janskerk in 's-Hertogenbosch ligt er zelfs een grafsteen van ene Jasper Gast, naamgenoot en vermoedelijk (verre) verwant van deze pater die in 1687 overleed.


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (grafsteen van Jasper Gast in de Sint-Janskerk in Den Bosch)

grafsteen 13
J Gast Den Bosch RCE

6 JANUARI

Guilliam was lekenbroeder toen hij in 1708 in het predikherenklooster overleed. Eerder (zie 1 januari) hadden we het erover dat lekenbroeders vooral handenarbeid verrichtten: koken, brouwen, tuinieren, klusjes allerhande, ... Guilliams grafsteen bevat enkele aanwijzingen met betrekking tot zijn specifieke taak in het klooster, in de vorm van voorwerpen die links en rechts van het grafschrift zijn afgebeeld. In deze rechts kunnen we met wat goede wil een of ander gereedschap herkennen. Maar heeft iemand een idee wat het voorwerp links zou kunnen zijn?


Foto: Studiebureau Archeologie bv

Guilliam

PAUWELS

Cornelius

DE VISSCHER

7 JANUARI

Sommige grafschriften lezen als een echt curriculum vitae, zoals dat van de in 1720 ingeklede en in 1727 tot priester gewijde pater DE VISSCHER. Volgens het grafschrift was hij toen hij in 1744 overleed directeur van het naast het klooster gelegen Sint-Jozefshuis en al vele jaren een toegewijd lid van de congregatie. Eerder was hij ook koster van de kloosterkerk geweest, dit wil zeggen belast met de organisatie van de eredienst, en prefect van de Broederschap van de Heilige Rozenkrans.


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en Stadsarchief Mechelen (Binnenzicht van de (tweede) kerk van het Mechelse dominicanen- of predikherenklooster door Jan-Baptist De Noter (1786-1855))

grafsteen 04
JB De Noter Predikherenkerk Mechelen

Ludovicus Bertrandus

SMEYERS

9 JANUARI

Iedereen kent wel het beeld van de rondbuikige, immer dorstige kloosterling. Dat je die ook bij de predikheren had, zou kunnen blijken uit het verhaal van pater SMEYERS die in 1699 overleed. Het grafschrift – bij deze pater uitzonderlijk in het Nederlands – vermeldt immers dat hij leed aan ‘steen en gicht’. Zowel nier- of blaasstenen als jicht worden in verband gebracht met een overmatige consumptie van alcoholische dranken en bepaalde voedingswaren. Beide aandoeningen kunnen bijzonder pijnlijk zijn, hier zelfs in die mate dat de dood gezien werd als een bevrijding.


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en Dorotheum (Ein guter Schluck door Ernst Nowak (1851-1919), gekend om zijn schilderijen van rondbuikige kloosterlingen)

grafsteen 10
Ernst Nowak Ein guter Schluck

Joannes

LAUKENS

12 JANUARI

Van pater SMEYERS (zie 9 januari) naar lekenbroeder Joannes is slechts een kleine stap. Die laatste overleed in 1763 op 77-jarige leeftijd nadat hij 52 jaar eerder zijn kloostergeloften had afgelegd. Zijn grafsteen laat geen twijfel over zijn rol binnen de kloostergemeenschap. Onder het grafschrift zijn immers de attributen van een brouwer afgebeeld: gaffels en roerstokken om in de maïsch te roeren en stuikmanden om wort van draf te scheiden. Het brouwlokaal of braxatorium bevond zich langs de westelijke kloostermuur (klik op afbeelding).


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en Stadsarchief Mechelen (Zicht op het Mechelse dominicanen- of predikherenklooster anno 1716, gravure door Jacob Harrewijn (1660-1727))

grafsteen 27
J Harrewijn braxatorium

Georgius

VANDEN EYNDEN

17 JANUARI

Wanneer de predikheren samen kwamen om te bidden en de eucharistie te vieren, dan ging dat vaak gepaard met gregoriaanse gezangen, waarbij de cantor of voorzanger bijvoorbeeld een vers zong en de medebroeders dan in koor antwoordden. In sommige gevallen werd het antwoord gezongen door een succentor of ‘degene die als tweede zingt’, zoals pater VANDEN EYNDEN die in 1727 stierf. Met OPChant delen Stefan Ansinger O.P. en Alexandre Frezzato O.P. de rijke traditie van dominicaanse gregoriaanse gezangen vandaag met de ganse wereld, zoals dit prachtige In Medio Ecclesiae.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en OPChant

grafsteen 19
OPChant In Medio Ecclesiae

Gabriel

DE HASE

21 JANUARI

De grafsteen van lekenbroeder Gabriel is zeer sterk verweerd. De contouren van het witmarmeren inlegwerk doen echter een bijzonder rijke versiering vermoeden, met links bovenaan mogelijk een gevleugelde putto of cherubijn. Door de verwering van het zachtere marmer is ook het grafschrift nauwelijks leesbaar, maar dankzij het bewaarde obituarium of getijdenboek en het onderzoek van Piet De Pue O.P. (1911-1987) weten we dat de uit Brussel afkomstige Gabriel in 1728 het habijt ontving, in 1730 zijn geloften aflegde en in 1755 overleed.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en © KIK-IPRA, Brussel / www.kikirpa.be (Putto of cherubijn op het grafmonument van Thomas d'Hénin-Liétard d’Alsace (1679-1759), vanaf 1716 aartsbisschop van Mechelen, in de Sint-Romboutskathedraal)

grafsteen 24
KIK b039585_detail

Petrus

VAN DE(n) HEUVEL

24 JANUARI

Hier rusten, in afwachting van de wederopstanding, de droge* botten van pater VAN DE(n) HEUVEL. Dat en zijn sterfdatum in 1729, veel meer geeft deze grafsteen niet prijs. ’s Mans leven was dan ook kort. Slechts acht jaar eerder had hij het habijt ontvangen en in 1725 was hij tot priester gewijd. In de jaren voor zijn dood was hij actief als predikheer en biechtvader in het aan het klooster toegewezen termijngebied in de Meierij van 's-Hertogenbosch waar hij met Kerstmis en Pasen dorpen als Heeswijk, Dinther, Diessen, Oisterwijk en de streek rond Geffen bezocht.

*in de betekenis van leven-/zielloze


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en Rijksmuseum (Kaart van de Meierij van ’s-Hertogenbosch uit de periode ca. 1690-1735, anoniem, met aanduiding van de genoemde dorpen)

grafsteen 32
meierij_terminarius

FEBRUARI

Dominicus

VANDER GRAFT

16 FEBRUARI

Van de jongste pater (zie 24 januari) naar de oudste. Pater VANDER GRAFT was 87 toen hij in 1743 overleed. Volgens zijn grafsteen was hij daarmee de oudste in heel de kloosterprovincie, waardoor hij binnen de gemeenschap ongetwijfeld heel wat aanzien en autoriteit genoot. Hij was afkomstig uit ’s-Hertogenbosch en had er enige tijd als predikheer in de schuilkerk van Sint-Jakob gewerkt. Aan het eind van zijn aardse leven kon hij terugblikken op een lange carrière waarin hij o.a. de functies van prior, supprior en vele (30?) jaren deze van procurator bekleedde.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en Aartsbisschoppelijk Archief te Mechelen (Kapucijner pater Piat, geportretteerd als – eveneens – 87-jarige, twee jaar voor zijn dood in 1904 in het kapucijnerklooster van Brugge)

grafsteen 25_filter
Piat

19 FEBRUARI

Pater GHYS’ grafsteen valt op door het bijzonder kleine formaat, niet groter dan een tegel. Waarom deze predikheer en biechtvader in tegenstelling tot andere paters slechts een klein steentje kreeg, is niet bekend. Wél zien we hetzelfde formaat bij een aantal lekenbroeders. Onder ‘s mans naam en functie was er op de tegel enkel nog plaats voor het jaar van zijn overlijden: 1738. Dankzij andere bronnen kennen we ook de dag en maand en weten we dat hij in 1702 zijn geloften had afgelegd en in 1703 tot priester was gewijd.


Foto: Studiebureau Archeologie bv

Carolus

GHYS

Michael Balthasar

SPILLEBOUDT

27 FEBRUARI

De grafstenen van paters kan je vaak makkelijk onderscheiden van deze van lekenbroeders, dankzij de afbeelding van een miskelk en soms ook een hostie. Die zie je op de meeste graven van paters, bijvoorbeeld op dat van de in 1688 overleden pater SPILLEBOUDT, maar nooit op deze van lekenbroeders. Dat komt omdat alleen paters een priesterwijding hebben ontvangen. Miskelk en hostie staan hier symbool voor de eucharistie, het belangrijkste sacrament waarvan de toediening is voorbehouden aan priesters.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en Gust Boschmans werkgroep

grafsteen 30_filter
GB gw co (880)

MAART

Carolus

FEYTENS

Raymundus

VAN LIER

4 MAART

Allebei stierven ze op 4 maart: pater FEYTENS in 1714, pater VAN LIER in 1718. Maar er is meer dat hen bindt. Ze waren immers beiden cantor of voorzanger. Eerder (zie 17 januari) hadden we het al over het typische repertoire aan gregoriaanse gezangen waarmee OPChant vandaag het internet verovert. Je kan dit bijzondere project trouwens steunen via crowdfunding, zeg maar de hedendaagse variant van het bedelen dat sinds de oprichting van de orde – meer dan 800 jaar geleden – deel uitmaakt van de dominicaanse levenswijze.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en Universiteitsbibliotheek Gent (Fragment uit een graduale of zangboek uit 1520 van de hand van de Bossche dominicaan Nicolaes van Rosendael (…-1537), Vlaams topstuk)

grafsteen 15_filter vanilla
grafsteen 09_filter vanilla
20210221_090012

Elisabeth

BUGGERS

12 MAART

In het klooster werden ook enkele zusters van de derde orde van de H. Dominicus begraven. De predikheren traden op als hun biechtvaders en geestelijke raadsheren. Deze ongehuwde vrouwen kozen voor een leven gewijd aan God, evenwel zonder in te treden in een klooster en alle daarbij horende geloften af te leggen. Formeel werden ze geestelijke dochters of tertiarissen genoemd, maar in de volksmond sprak men vaker van kwezels of – in het noordelijke deel van de Nederlanden – klopjes. Een van hen is de in 1763 overleden juffrouw BUGGERS, die een grafsteen deelt met haar nicht juffrouw PRINSE.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en Stadsarchief Mechelen (Tekening van een ‘kwezel uyt de Kluys’, zoals de dominicaanse tertiarissen in Mechelen werden genoemd, uit ‘Malines. Costumes Religieux’ van Jean François Mardulyn (1751-1843))

grafsteen 01_filter
tertiarisse1_filter napa

Petrus

VANDEN BOSSCHE

19 MAART

Toen pater VANDEN BOSSCHE in 1690 op 54-jarige leeftijd overleed, had hij een groot deel van zijn leven doorgebracht in de Meierij van ’s-Hertogenbosch, o.a. als rector van de Bossche Sint-Jacobskerk. Hij verwierf naam als auteur van de bestseller ‘Den Katholyken Pedagoge’ (1684), een handboek in vraag en antwoord-vorm waarin hij zich in vaak harde bewoordingen uitlaat over niet-katholieken, ketters dus. Dat vurige preken leverde hem de eretitel ‘praedicator generalis’ op, maar leidde ook tot zijn verbanning uit de Meierij, waarop hij naar Mechelen terugkeerde om er tot 1688 de functie van prior op te nemen.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en ARCHEOproof (Titelblad van ‘Den Katholyken Pedagoge’, 8ste druk (Gent, 1750))

grafsteen 11_filter vanilla
20210220_163440_bijgesneden

Petrus

VAN DEN SANDE

24 MAART

Net als pater VANDEN BOSSCHE (19 maart) kreeg pater VAN DEN SANDE de eretitel van ‘praedicator generalis’. Ook hij was actief geweest in de Meierij van 's-Hertogenbosch – o.a. in 1726 in Oisterwijk – en nadien naar Mechelen teruggekeerd. Tot aan zijn dood in 1775, op 76-jarige leeftijd, bekleedde hij daar verschillende functies, o.a. deze van prior van 1746 tot 1749. Van alle teruggevonden grafstenen is de zijne is de jongste. Als er dus iemand het verhaal van de Mechelse predikheren kan navertellen, dan is hij het wel. Wil je hem graag eens ontmoeten? Dat kan! Op verzoek leidt hij bezoekers rond in zijn voormalige klooster.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en ARCHEOproof

(Bart Robberechts kruipt in de huid van pater VAN DEN SANDE om het verhaal van de Mechelse predikheren te vertellen)

grafsteen 42_filter
82305539_10220989068017896_2950094966971432960_n

Daniel

DU PLEIX

Hyacinthus

VAN PERCK

29 MAART

Op deze dag in 1715 stierf pater VAN PERCK. Exact negen jaar eerder was de Franse luitenant DU PLEIX hem voorgegaan. Van 1701 tot 1713 was Europa in de greep van de Spaanse Successieoorlog, met Franse en Spaanse legers aan de ene en de Geallieerden aan de andere zijde. Er werd voortdurend gevochten, behalve tijdens de lange barre winters. Tijdens deze van 1705-1706 deed Mechelen dienst als winterkwartier voor DU PLEIX’ regiment ‘de Gondrin’. Wanneer de troepen in de lente weer het slagveld opzochten, was dat echter zonder DU PLEIX, zoals blijkt uit zijn grafsteen.


Foto’s: ARCHEOproof (reconstructie van het uniform van een soldaat bij het infanterieregiment ‘de Gondrin’ tijdens de Spaanse Successieoorlog) en Studiebureau Archeologie bv

20210227_144712+logo
grafsteen 34_filter vanilla
grafsteen 18_filter vanilla

APRIL

Martinus

VAN BUSCOM

4 APRIL

Het heeft wat extra opzoekingswerk gevergd om te achterhalen dat met de op deze steen vermelde letters B. M. V. B. lekenbroeder Martinus wordt bedoeld, overleden in 1707. De afgebeelde werktuigen – we herkennen o.a. hamer, tang en mes – doen vermoeden dat hij de klusjesman van het klooster was. De identiteit van het afgebeelde dier is minder duidelijk. De houding doet denken aan een leeuw zoals we die kennen uit de heraldiek. Maar wie dominicanen zegt, zegt natuurlijk hond, meer bepaald ‘Domini Canes’ of honden van de Heer én trouwe metgezel van de H. Dominicus.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en Rijksmuseum (H. Dominicus wordt vergezeld door een hond met brandende fakkel, gravure door Pieter de Bailliu (1613-…) naar Bosschenaar Abraham van Diepenbeeck (1596-1675)

grafsteen 45_filter vanilla
hond

Joannes Baptist

DE NYS

16 APRIL

Bij het begin van de 18de eeuw worden de Mechelse predikheren meegesleurd in een internationaal conflict. Sophia Alberts groeit op in een protestants gezin in Helmond. Als ze plots verdwijnt, beweren sommigen dat ze ontvoerd werd door katholieken. Wanneer ze vervolgens opduikt in het katholieke zuiden en daar bescherming geniet van enkele hooggeplaatste geestelijken, reageert het protestante gezag door in de Meierij een aantal paters gevangen te nemen, waaronder pater DE NYS. Die zal pas zes jaar (!) later worden vrijgelaten, naar Mechelen terugkeren en er in 1728 overlijden.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Portret van Reginaldus Cools als bisschop van Antwerpen (1700-1706), een van Sophia’s beschermheren, uit Petrus Henricus Goos’ 'Encronologium episcoporum', Vlaams topstuk)

grafsteen 40_filter vanilla
Cools

Pius

WALSCHAERTS

28 APRIL

Bij zijn overlijden in 1757 kon pater WALSCHAERTS terugblikken op een rijkgevuld leven. In het klooster had hij het onder meer tot procurator, supprior en prior geschopt. Daarnaast was hij lange tijd actief geweest in Gemert, in die tijd een rijksheerlijkheid van de Duitse Orde waar katholieken hun geloof nog openbaar mochten belijden, in tegenstelling tot de omliggende Meierij. Vóór hun komst naar Mechelen hadden de predikheren er een aantal jaren onderdak gevonden en later gaven ze er nog les in de Latijnse school. Ze leverden er ook bijstand in het bedevaartsoord van Onze Lieve Vrouw van Handel.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en Heemkundekring Gemert (Kaart van het noordoostelijk deel van Brabant uit 1739 door Jacob Keyser, met Gemert aangeduid als RYKSheerlijkheid en o.a. ook het dorpje Ha(a)ndel)

grafsteen 16_filter vanilla
1739 kaart vd Meierij van Den Bosch (Keijzer) fragment Gemert, Helmond

Joannes Vincenti(n)us

VAN EVERBROECK

29 APRIL*

Eerder (zie 28 april) zagen we al dat de predikheren les gaven. Zo ook de in 1684 overleden pater VAN EVERBROECK die lector was in de roomse filosofie en theologie. Daarnaast was hij hoofdkapelaan van het koninklijk xenodochium of hospitaal voor vreemdelingen. Wellicht wordt het Spaans Gasthuis bedoeld – nu TSM Mechelen – vlakbij de Sint-Romboutskathedraal, waar sinds de 16de eeuw buitenlandse (vooral Spaanse en Italiaanse) soldaten werden verpleegd.

*ook 20 april wordt genoemd als sterfdatum


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en Stadsarchief Mechelen (Tekening van het Spaans Gasthuis anno 1697 met op de voorgrond een nachtwaker en boven de poort de ‘Habsburgse’ dubbelkoppige adelaar)

grafsteen 06_filter vanilla
sme001001692

MEI

Ludovicus

CEULEMANS

12 MEI

De predikheren zijn gekend als hoeders van de ware leer der rooms-katholieke kerk. Om waarheid van dwaling te kunnen onderscheiden, wijden ze dan ook een groot deel van hun tijd aan studie. Zo ook pater CEULEMANS die in 1719 als professor in de roomse theologie en toen nog lid van het klooster van Maastricht deelnam aan het provinciaal kapittel om daar namens de ganse provincie Germania Inferior de pauselijke bul Unigenitus te onderschrijven, gericht tegen de dwaalleer van het jansenisme. Later werd hij meermaals verkozen tot prior in Mechelen, waar hij in 1752 overleed.


Foto’s: Studiebureau Archeologie en Google Books (titelblad van het bij Antwerps stadsdrukker Petrus Jouret uitgegeven verslag van het provinciaal kapittel van 3 mei 1719 in Leuven)

grafsteen 35_filter
Unigenitus

Cornelius

VERPOPPEN

15 MEI

Niet elke kloosterling heeft een grafsteen voor zich alleen. Er zijn er ook die een steen moeten delen. De ‘mede-eigenaars’ blijken echter altijd familie van elkaar. De steen van de in 1738 overleden lekenbroeder Cornelius VERPOPPEN bijvoorbeeld vermeldt ook de namen van paters Clemens VERPOPPEN en Rumoldus DE JONGHE. Het grafschrift leert ons dat pater DE JONGHE ‘fratris uterini’ was van de twee eersten, te vertalen als hun halfbroer aan moederszijde. Bemerk onderaan ook de ankers die sinds het vroege christendom symbool staan voor hoop en vertrouwen.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en Next Luxury (tatoeage van een anker - tot op vandaag een populair motief - met verwijzing naar Hebreeën 6:19 'De hoop is het veilige en vaste anker van onze ziel.')

grafsteen 38_filter vanilla
mens-anchor-cross-hebrews-619-bible-verse-banner-tattoo_NEXTLUXURY

Theodoor

DE BRUYN

23 MEI

Eerder (zie 15 mei) zagen we dat lekenbroeder VERPOPPEN een grafsteen deelt met zijn broers. Dat blijkt ook het geval bij de in 1684 overleden pater Theodoor DE BRUYN en zijn broer Joannes Baptist. Even onafscheidelijk in de dood als in het leven delen ze tot de opstanding één graf, zoals ze ooit uit dezelfde baarmoeder werden geboren. Van Theodoor blijkt nog een tweede steen bewaard, veel kleiner weliswaar. Mogelijk is dat zijn oorspronkelijke grafsteen en kreeg hij samen met zijn broer een groter exemplaar na diens overlijden, ruim negen jaar later.


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv

grafsteen 28_filter vanilla
debruyn2

Nicolaus

VANDEN BUSDOM

29 MEI

De in 1731 overleden pater VANDEN BUSDOM wordt als prior vermeld op de gravure die Jacob Harrewijn maakte voor het boek ‘Belgium Dominicanum’ uit 1719, geschreven door de Gentse predikheer Bernardus DE JONGHE (1674-1749). Op dat moment had het klooster al grotendeels zijn definitieve vorm gekregen. Tijdens VANDEN BUSDOMs prioraat werd de kloostermuur voltooid en onder zijn opvolger Norbertus VAN BILSEN zouden de predikheren nog een nieuwe kerk bouwen, als sluitstuk van hun bouwproject in Mechelen.


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en Stadsarchief Mechelen (Zicht op het Mechelse dominicanen- of predikherenklooster anno 1716, gravure door Jacob Harrewijn (1660-1727))

grafsteen 05_filter vanilla
harrewijn_prior

JUNI

2 JUNI

Het kleine grafsteentje van Petrus leert ons weinig over de man, behalve dat hij op deze dag in 1736 overleed en dat hij laicus of lekenbroeder was. Tijdens het archeologisch onderzoek werden in totaal een achttal van deze kleinere steentjes of tegels teruggevonden. De meeste bleken onderdeel van een in dambordpatroon gelegde vloer van zwarte en witte tegels. Dankzij het bewaarde obituarium of getijdenboek weten we dat Petrus in 1710 het habijt ontving, in 1713 zijn geloften aflegde en in het klooster kok was en dispensier of beheerder van de voedselvoorraad.


Foto: Studiebureau Archeologie bv

Petrus

DE BRUYN

Amandus

VANDER WAERDEN

9 JUNI

Een van de oudste grafstenen is deze van pater VANDER WAERDEN die stierf in 1682. Hij was onder meer actief aan de Latijnse school in Gemert en kreeg de eretitel ‘apostolisch missionaris’ voor zijn werk in 's-Hertogenbosch. Aan het eind van zijn leven was hij acht jaar lang prior in Mechelen. Verder was hij op een gegeven moment ook biechtvader van de dominicanessen in Brugge. Oorspronkelijk gevestigd in Assebroek waren deze zusters in de 16de eeuw om veiligheidsredenen naar een slotklooster in de Brugse binnenstad verhuisd, waar de naam 'Jakobinessenstraat' vandaag nog aan hun passage herinnert.


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en Stadsarchief Brugge (Zicht op het dominicanessenklooster in de Jakobinessenstraat, tekening uit het handschrift van Charles Custius (1707-1752))

grafsteen 21_filter vanilla
FOB1287

Maximilianus

HYMAN

10 JUNI

Net als Petrus (zie 2 juni) was de in 1688 overleden lekenbroeder Max kok en dispensier. Hun keuken of culina bevond zich in de noordoostelijke hoek van klooster, strategisch geplaatst tussen de eetzaal of refectorium in de oostvleugel en de gastenverblijven in de noordvleugel. Toeval of niet, maar dat is precies de plaats waar zich nu ook de keuken van restaurant Tinèlle bevindt. De religieuze voedingsvoorschriften van toen hebben plaatsgemaakt voor de allergenenlijst van vandaag, maar het vakmanschap en de creativiteit van de kok om daarmee om te gaan, die zijn gebleven.


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en Stadsarchief Mechelen (Zicht op het Mechelse dominicanen- of predikherenklooster anno 1716, gravure door Jacob Harrewijn (1660-1727))

grafsteen 22_filter vanilla
harrewijn_culina2

Thomas

HOUBRAKEN

15 JUNI

Wanneer er contracten moesten worden gesloten, verbintenissen aangegaan, akten ondertekend, dan gebeurde dat meestal door de drie-eenheid die de dagelijkse leiding over het klooster had: de prior die aan het hoofd stond, de supprior die de prior bij afwezigheid kon vervangen en de procurator die als econoom streng toezicht hield op de inkomsten en uitgaven. Eén van de Mechelse kloosterlingen die die laatste taak meerdere termijnen op zich nam, was pater HOUBRAKEN. Voor er in 1702 een eind kwam aan het leven van deze predikheer en biechtvader, was hij ook nog koster geweest.


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en scène met drie 'strenge' dominicanen uit de graphic novel ‘Jheronimus’ over het leven van de schilder Bosch door Marcel Ruijters (2015, Uitgeverij Lecturis)

grafsteen 20_filter vanilla
jheronimus-pag-14-dominicanen_2015

Thomas

DE WINDT

18 JUNI

Aan het begin van het jaar maakten we kennis met pater SMEYERS (zie 9 januari) die geplaagd werd door jicht en blaas- of nierstenen. Hij zal niet de enige geweest zijn die al eens nood had aan medische bijstand. Lange tijd konden de paters en lekenbroeders daarvoor terecht bij ziekenbroeder Thomas, die aan het eind van zijn leven in 1728 als jubilaris kon terugblikken op meer dan 50 jaar kloosterleven. Thomas’ werkterrein was de infirmeria of ziekenboeg die wellicht omwille van besmettingsgevaar los stond van het hoofdgebouw (klik op afbeelding).


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en Stadsarchief Mechelen (Zicht op het Mechelse dominicanen- of predikherenklooster anno 1716, gravure door Jacob Harrewijn (1660-1727))

grafsteen 39_filter vanilla
harrewijn_infirmaria

Joannes Baptist

VAN PAESCHEN

20 JUNI

Pater VAN PAESCHEN was nog maar 36 toen hij in 1749 overleed. Op dat moment was hij directeur van het naast het klooster gelegen Sint-Jozefshuis en voordien was hij ook supprior en procurator geweest. Tijdens de opgravingen in de winter van 2015-2016 kwam zijn grafsteen als een van de eerste aan het licht. Het is een fraai exemplaar met witmarmeren inlegwerk. De details van het inlegwerk zijn helaas grotendeels weggesleten, maar bovenaan is nog de vorm van een gevleugelde zuil herkenbaar, een symbool dat geassocieerd wordt met het geloof en dus ook met een leven na de dood.


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en © Bodleian Libraries, University of Oxford (Gravure bij morele les nr. 8 uit het emblemataboek ‘Cent emblemes chrestiens’ van Georgette de Montenay (1540-1581))

grafsteen 12_filter
P1000031 bijgesneden
FMOb008 (002)

Magdalena Susanna

T'SERAERTS

23 JUNI

Na haar begrafenis in 1674 in de Mechelse Sint-Janskerk werd jonkvrouw T’SERAERTS bijgezet in de kapel van de predikheren. Waarom viel haar deze eer te beurt? Er zijn immers geen aanwijzingen dat ze een geestelijke dochter was (zie 12 maart). Zoals haar titel al doet vermoeden, behoorde ze tot het patriciaat. Niet zelden traden leden van deze elite op als patroon van religieus geïnspireerde projecten. Zo verleende Magdalena Susanna in 1655 krediet aan de Antwerpse jezuïeten. Mogelijk sponsorde ze later ook de Mechelse predikheren, net zoals haar zus Margareta Hendrika dat deed in 1693.


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en FelixArchief - Stadsarchief Antwerpen (Wapen van de familie t’Seraerts uit ‘Anvers à travers les âges’ (1888) van Pieter Génard)

grafsteen 36_filter vanilla
186#757_afdruk

JULI

Clemens

VERPOPPEN

16 JULI

We hadden het eerder al over pater VERPOPPEN die samen met zijn broer Cornelius (zie 15 mei) en halfbroer Rumoldus DE JONGHE onder dezelfde steen begraven lag. In 1706 ontving hij zijn priesterwijding en wanneer hij 50 jaar later overleed, was hij volgens het obituarium de oudste van het gremium. Wellicht wordt daarmee het provinciaal kapittel bedoeld, de vierjaarlijkse bijeenkomst van vertegenwoordigers uit de verschillende kloosters van de toenmalige kloosterprovincie Germania Inferior, waar een provinciaal overste werd gekozen en het beleid voor de komende jaren bepaald.


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en broeder Lawrence Lew o.p. (Foto van een glasraam van de St. Dominic Church in Washington, D.C. (2014))

grafsteen 38_filter vanilla
Foto van een glasraam van de St Dominics Church in Washington DC door

Egidius

DE MAEYER

Bartholomeus

VAN TURENHOUT

17 JULI

Pater DE MAEYER en lekenbroeder Bartholomeus stierven op dezelfde dag, respectievelijk in 1730 en 1740. Ook hier valt bij de grafstenen weer het verschil in grootte op. Bij leven was er tussen paters en lekenbroeders echter op het eerste gezicht weinig verschil. Beiden droegen een witte tuniek met daaroverheen de zwarte mantel die hen in het middeleeuwse Engeland de bijnaam Black Friars had opleverd. Wel was destijds het scapulier van de lekenbroeders zwart, in tegenstelling tot wat Mardulyns tekening doet geloven*. En de paters onderscheidden zich natuurlijk ook door hun tonsuur of geschoren kruin die voorbehouden was aan priesters.

*met dank aan Anton-Marie Milh o.p. voor de rechtzetting


Foto’s: Studiebureau Archeologie bv en Stadsarchief Mechelen (Tekeningen van een pater en een lekenbroeder van de dominicanen of predikheren uit ‘Malines. Costumes Religieux’ van Jean François Mardulyn (1751-1843))

grafsteen 02_filter vanilla
bartholomeus
broeders_vs_paters

AUGUSTUS

Hubertus

VAN MEERENDONCK

7 AUGUSTUS

Pater VAN MEERENDONCK is een van die weinige paters van wie slechts een klein grafsteentje bewaard is. Het bood zelfs onvoldoende plaats om zijn familienaam voluit te schrijven en dus werd het voorzetsel ‘van’ maar weggelaten. Nochtans was hij niet de eerste de beste. Bij leven was hij professor in de theologie. De Maurits Sabbebibliotheek van KU Leuven bewaart nog enkele werken die hem als auteur vermelden, gepubliceerd in de periode tussen het afleggen van zijn geloften in 1705 en zijn dood in 1718.


Foto's: Studiebureau Archeologie bv en KU Leuven - Maurits Sabbebibliotheek

hubertus2
Maurits Sabbebibliotheek

wordt vervolgd...